De ene redundantie is de andere niet

De term ‘redundant’ wordt in de IT en vooral in datacenterland veelvuldig gebruikt. In de Nederlandse taal staat redundant voor ‘overbodig’ of ‘meer dan strikt noodzakelijk’. In de IT heeft het woord vaak een andere betekenis. Hier wordt redundantie doorgaans als positief gezien, en wordt met redundantie bedoeld dat bepaalde voorzieningen meervoudig zijn uitgevoerd. En daar schuilt meteen het probleem.

Ieder datacenter is redundant
De term redundant vliegt je om de oren, er is geen datacenter te vinden waar de infrastructuur (naar eigen zeggen) niet redundant is uitgevoerd. Omdat redundant wordt gebruikt als synoniem voor meervoudig, betekent het woord op zich niet zoveel. Wat dubbel is uitgevoerd, is minder betrouwbaar dan iets dat twee keer dubbel is uitgevoerd, maar het is allebei redundant. En dus is de ene redundantie beter dan de andere. Bovendien, je kunt een netwerkverbinding dubbel uitvoeren over hetzelfde pad, of over gescheiden paden. Het is allebei dubbel en redundant, maar ook hier is er een belangrijk verschil qua betrouwbaarheid. Tot slot, een primaire voorziening (bijvoorbeeld een netwerkverbinding van een PoP locatie naar een datacenter) kan een capaciteit hebben van 10 Gbps, terwijl de secundaire verbinding een snelheid heeft van 1 Gbps. Je zou hier kunnen spreken van redundantie, terwijl een tweede verbinding van 10 Gbps beter is.

N+1, 2N of 2N+1?
Met N+1, 2N of 2N+1 is overal, in meer of mindere mate, sprake van redundantie. Daarom is het belangrijk om verder te kijken dan enkel naar de specificaties van bijvoorbeeld de stroomvoorzieningen, de netwerkvoorzieningen en koeling. Immers, ieder professioneel datacenter beschikt over een UPS systeem en een noodstroomaggregaat (NSA). Maar blijft het bij één in totaal? Of heeft iedere voeding eigen noodstroomvoorzieningen? En over bijvoorbeeld het aantal transformatoren wordt nauwelijks gesproken. Maar komen de voedingen van dezelfde transformator, dan heb je nog steeds een single-point-of-failure (SPOF). Wat gebeurt er tijdens onderhoud? Ontstaat er dan een tijdelijke SPOF, of is redundantie tijdens onderhoud gewaarborgd? Daarom zou ik iedereen adviseren om te allen tijde de datacenters die men in overweging heeft te bezoeken. Laat je goed informeren en adviseren, en wees kritisch over een vage term als ‘redundantie’. Stel jezelf altijd een aantal vragen en breng de datacenterinfrastructuur duidelijk in kaart. Waar zitten de zwakke punten en hoe groot is de bedreiging voor mij?

Redundantie op 5 vlakken
De vragen die je als ISP jezelf zou moeten stellen zijn in ieder geval:

1. Wat is de redundantie in aantal? Zijn belangrijke voorzieningen meervoudig uitgevoerd? En in welke aantallen?

2. Is er redundantie tijdens onderhoud? Verwant met punt 1. Kan redundantie gewaarborgd worden tijdens onderhoud?

3. Wat is de redundantie in capaciteit? Wat is de capaciteit van secundaire voorzieningen? Oftewel, wordt terugval voorkomen als primaire voorzieningen wegvallen? (hebben de back-up voorzieningen dezelfde capaciteit als primaire voorzieningen)

4. Is redundantie geografisch gewaarborgd? Zijn voorzieningen voldoende fysiek gescheiden? Bijvoorbeeld fibers naar en in het datacenter.

5. Is er redundantie in netwerkleveranciers? Is het datacenter op voldoende verschillende carriers aangesloten? En hoeveel?

Het woord redundantie is te vaag om conclusies aan te verbinden. Dit klinkt als een open deur, maar in de praktijk kijkt men niet altijd verder dan de spreekwoordelijke neus lang is.

Conclusie
Hoewel ieder datacenter in meer of mindere mate redundant is uitgevoerd, zijn er grote verschillen. ISP’s zonder eigen datacenter zijn niet op zoek naar redundantie, maar naar beschikbaarheid. Immers, de servicekwaliteit van een ISP wordt in grote mate bepaald door de uptime van zijn diensten. Natuurlijk wordt beschikbaarheid ook bepaald door zaken als personeel, onderhoud aan de infrastructuur, compartimentering en afhankelijkheden van leveranciers. Maar beschikbaarheid hangt sterk samen met redundantie. Het is daarom van groot belang om precies te weten wat de gespecificeerde redundantie inhoudt. Probeer het datacenterontwerp  boven water te krijgen en vergelijk dit met bijvoorbeeld de TIER classificatie criteria  van het Uptime Institute. Alleen dan krijgt u echt inzicht in de betrouwbaarheid van een datacenter en kunt u datacenters met elkaar vergelijken. Pas dan kunt u de keuze maken waarvan u zeker weet dat het de juiste is. Want beoordelen welke redundantie voor uw organisatie vereist is, kunt u het beste zelf.



Rick van den Hoogenhof
is marketeer bij Interconnect. Hij houdt zich onder andere bezig met de datacenterdiensten en cloud computing (IaaS).