Hostingvoorwaarden review: Toepasselijk recht en geschiloplossing

Drie hostingbedrijven die werken met zelfgemaakte voorwaarden krijgen gratis nieuwe van ons, in ruil voor een openbare review van de voorwaarden die ze nu hanteren. De afgelopen weken hebben we steeds een ander aandachtspunt uitgelicht omtrent algemene voorwaarden, met de voorwaarden van de drie deelnemende hosters er naast gelegd om te zien wat er beter kan. Deze week de laatste inhoudelijke aflevering, met aandacht voor het onderwerp Toepasselijk recht en geschiloplossing. Hoe gaan hosters om met claims van en naar klanten, en stel dat men naar de rechter moet, wat dan?

Het clichéantwoord op deze vraag is natuurlijk dat je geschillen met je klanten wilt vermijden, de klant is immers koning. Maar helaas zijn geschillen soms onvermijdelijk. Het is dus goed om hier op voorhand over na te denken. In principe hoef je niets expliciet te regelen. De wet bepaalt immers zelf al wanneer men naar de rechter kan, bij welke rechtbank men dan terecht kan en welk wetboek (het Nederlandse, Duitse of anders) erbij gepakt moet worden om het op te lossen.

Je kunt als contractspartijen besluiten het anders te doen. Als een Haagse hoster meer vertrouwen heeft in de Amsterdamse rechtbank, dan mag hij die bevoegd verklaren. Een Nederlandse hoster die vindt dat het Duitse recht hem meer beschermt, kan dat wetboek van toepassing verklaren op zijn overeenkomsten. Daar zijn wel grenzen aan, die vastliggen in internationale verdragen waar we nu niet verder op ingaan.

Wat ook mogelijk is, is om te bepalen hoe men geschillen zélf zou willen oplossen voordat men naar de rechter gaat. Men kan bepalen dat men aan mediation zal meewerken, of dat bindend advies bij een derde kan worden gevraagd. Een geschillencommissie (zoals de Geschillencommissie Automatisering) kan aangewezen worden als de instantie die uitspraak moet doen in plaats van de rechter. Maar ook handig om te regelen is hoe geschillen in eerste instantie gewoon opgepikt gaan worden. Moet men een ticket indienen? Is bellen ook goed?

Greenhost

Greenhost heeft geen voorwaarden die bepalen welk recht van toepassing is, naar welke rechtbank men moet gaan bij een geschil of zelfs maar hoe om te gaan met geschillen. Daar is zoals gezegd weinig mis mee. Het kan hooguit tot extra reizen voor de hoster leiden in geval men een rechtszaak tegen een klant begint. De hoofdregel uit de wet is namelijk dat de hoster de rechtszaak moet aanspannen in de vestigingsplaats van de klant. Greenhost zit in Amsterdam, en bij een Friese wanbetaler zal men dus naar het hoge noorden moeten.

Bij een Belgische klant die overlast geeft, moet men vanwege dezelfde regel naar een rechtbank in België. En in die situatie speelt ook nog eens de vraag welk wetboek men moet gebruiken om de overeenkomst uit te leggen. We zijn er tot nu toe steeds vanuit gegaan dat de voorwaarden van onze drie Nederlandse hosters naar Nederlands recht worden uitgelegd, maar een vaststaand feit is dat niet. We moeten dus even het internationaal recht erop naslaan, en binnen Europa is dat de Rome I-verordening. Deze bepaalt dat

de overeenkomst inzake dienstverlening wordt beheerst door het recht van het land waar de dienstverlener zijn gewone verblijfplaats heeft.

Dat lijkt dus duidelijk: Nederland. Maar er is een uitzondering voor het geval dat “de overeenkomst een kennelijk nauwere band heeft met een ander land”. Dan is het recht van dat andere land van toepassing. Bij gewone hosting kunnen we ons daar weinig bij voorstellen, maar bij hosting met uitgebreide aanvullende diensten zou de rechtbank zomaar ineens bij Belgisch recht kunnen uitkomen. Denk aan een private clouddienst die specifiek gericht is op een klantvestiging in België.

N+1 Internet Solutions

Bij N+1 zijn we snel klaar: de voorwaarden bepalen eenvoudigweg dat

20.1. Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
20.3. Voor zover door de regels van dwingend recht niet anders wordt voorgeschreven, zullen alle geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van de overeenkomst worden voorgelegd aan de bevoegde Nederlandse rechter.

De hierboven aangehaalde Rome-verordening bepaalt expliciet dat dit mag, mits het maar duidelijk genoeg in de overeenkomst is opgenomen. En een zin als bovenstaande is duidelijk genoeg.

De ‘Voor zover’ lijkt de gehele clausule opzij te zetten, maar dat is niet zo. De meeste wetgeving over welke rechtbank bevoegd is, is namelijk niet dwingend. Alleen bij consumentencontracten gelden dwingende regels. Een consument kan in de praktijk niet voor een andere rechtbank worden gesleept dan die van zijn woonplaats.

Een detail is misschien nog om toe te voegen wélke Nederlandse rechter dan bevoegd is. Want als volgens de wet de Belgische rechter te Antwerpen bevoegd zou zijn, dan bepaalt artikel 20.3 weliswaar dat we daar nu niet heen hoeven maar naar welke Nederlandse rechter dan wel?

ZZPstudio

Ook ZZPstudio heeft een clausule over welk recht van toepassing is:

Op alle rechtsbetrekkingen waarbij Gebruiker partij is, is uitsluitend het Nederlands recht van toepassing, ook indien aan een verbintenis geheel of gedeeltelijk in het buitenland uitvoering wordt gegeven of indien de bij de rechtsbetrekking betrokken partij aldaar woonplaats heeft. De toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag wordt uitgesloten.

Dit lijkt op wat we hierboven zagen bij N+1, maar het is wat uitgebreider. Er worden specifieke aanvullende redenen genoemd waarom normaliter buitenlands recht van toepassing zou kunnen zijn en we dan tóch naar de Nederlandse wetboeken mogen grijpen. Dat is prima.

Over het Weens Koopverdrag schreven we al eens eerder. Het is in situaties als deze niet heel belangrijk, want dat verdrag gaat over koop en ICT-dienstverlening is meestal geen koop.

ZZPstudio is iets losser in de bepaling welke rechtbank bevoegd is:

De rechter in de vestigingsplaats van Gebruiker is bij uitsluiting bevoegd van geschillen kennis te nemen, tenzij de wet dwingend anders voorschrijft. Niettemin heeft Gebruiker het recht het geschil voor te leggen aan de volgens de wet bevoegde rechter.

De eerste zin is in de praktijk identiek aan wat we bij N+1 zagen. En ZZPstudio geeft zichzelf een extra optie: als een andere rechter bevoegd zou zijn en ZZPstudio denkt dat deze handiger, praktischer of vriendelijker zou zijn dan mag men ook daarheen.

En als enige heeft ZZPstudio een bepaling over hoe geschillen aan te pakken vóórdat de advocaten mogen worden losgelaten:

Partijen zullen eerst een beroep op de rechter doen nadat zij zich tot het uiterste hebben ingespannen een geschil in onderling overleg te beslechten.

Dit is een mooi gebaar van ZZPstudio: geen zorgen, we gaan je écht niet zomaar aanklagen maar we gaan eerst praten en kijken of we het zelf kunnen oplossen. (En omgekeerd mag de klant óók niet zomaar een rechtszaak beginnen.)

En daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze voorwaardenreeks. Meelezende hosters: missen jullie nog punten?

Voor de deelnemende bedrijven gaan wij de komende weken nieuwe voorwaarden maken. Wanneer deze af zijn, zullen we een samenvatting van de aanpak en insteek daarvan bloggen.


Arnoud Engelfriet is partner bij ICTRecht sinds juni 2008. Hij is gespecialiseerd in internetrecht waar hij zich al sinds 1993 mee bezighoudt. Met zijn informatica-achtergrond richt hij zich graag op complexe technisch/juridisch ICT-vraagstukken en softwarelicenties (met name open source). Zijn website Ius mentis is één van de populairste van Nederland over ICT en recht.

Dit artikel verscheen gisteren op de blog van ICTRecht.

Over Arnoud Engelfriet

Arnoud Engelfriet is partner bij ICTRecht sinds juni 2008. Hij is gespecialiseerd in internetrecht waar hij zich al sinds 1993 mee bezighoudt.

Met zijn informatica-achtergrond richt hij zich graag op complexe technisch/juridisch ICT-vraagstukken en softwarelicenties (met name open source). Zijn website Ius mentis is één van de populairste van Nederland over ICT en recht.