Nieuw artikel 13 Grondwet ter consultatie

Vorig jaar schreven wij al eens over de kabinetsreactie op het advies van de Staatscommissie Grondrechten 2010. De staatscommissie had onder meer geadviseerd om de artikelen 7 (vrijheid van meningsuiting, 10 (privacy) en 13 (briefgeheim) aan te passen. In die reactie gaf het kabinet aan een de voorgestelde grondwetwijzigingen van artikel 7 en 10 niet nodig te achten,  maar stemde het kabinet wel in met het advies om artikel 13 van de Grondwet te wijzingen.

Artikel 13 – dat thans het brief-, telegraaf-, en telefoongeheim beschermt – is sterk verouderd door de ontwikkelingen in de informatietechnologie. Bijna niemand communiceert meer via de telegraaf. Bovendien zijn er een hoop communicatiemiddelen – zoals e-mail – die het belang van communicatie per brief minst genomen overtreffen, maar die onder het huidige artikel 13 Grondwet niet worden beschermd.

In navolging op de kabinetsreactie, is recent een wetsvoorstel ingediend tot modernisering van artikel 13 Grondwet, waarmee de reikwijdte van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim wordt uitgebreid naar alle huidige en toekomstige communicatiemiddelen. Het nieuwe wetsvoorstel spreekt van het “brief- en telecommunicatiegeheim”. Door deze techniekneutrale formulering vallen bijvoorbeeld ook e-mail, communicatie via sociale media, en de opslag van persoonlijke bestanden in de “cloud” onder de bescherming van artikel 13.

Volgens het wetsvoorstel komt het nieuwe artikel 13 als volgt te luiden: 

1. Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn brief- en telecommunicatiegeheim.
2. Beperking van dit recht is mogelijk in de gevallen bij de wet bepaald met machtiging van de rechter of, in het belang van de nationale veiligheid, met machtiging van een of meer bij de wet aangewezen ministers.
3. De wet stelt regels ter bescherming van het brief- en telecommunicatiegeheim
.

Lid 1 bevat de beoogde verruiming van de reikwijdte van artikel 13 tot alle communicatie, ongeacht het middel of de techniek die is gebruikt om te communiceren. Het tweede lid bepaalt dat een beperking van het recht slechts mogelijk is op basis van een wettelijke grondslag met een voorafgaande machtiging van de rechter. Indien een beperking in het belang van de nationale veiligheid plaatsvindt, volstaat echter een machtiging van een bij wet aangewezen minister. 

Artikel 13 Grondwet beschermt de burger primair tegen inzage in de inhoud van communicatie door de overheid (met name politie en inlichtingendiensten). Het voorgestelde artikel biedt geen afdwingbaar recht op bescherming van het brief- en telecommunicatiegeheim in relatie tot private partijen. Voor de bescherming van het communicatiegeheim in dergelijke horizontale verhoudingen schept lid 3 een regelingsopdracht voor de formele wetgever. Hiermee wordt de bescherming van het telecommunicatiegeheim in private verhoudingen tot de aanhoudende zorg van de overheid verklaard.

Het wetsvoorstel ligt momenteel ter consultatie tot 1 januari 2013. Mijn verwachting is dat het wetsvoorstel in principe met instemming zal worden ontvangen, omdat veel mensen toejuichen dat het ouderwetse artikel 13 eindelijk wordt vernieuwd. Wel vermoed ik dat met name de uitzondering in lid 2 – die beperkingen in het belang van de “nationale veiligheid” uitzondert van de hoofdregel dat voor beperkingen van het brief- en telecommunicatiegeheim een rechterlijke machtiging nodig is – op de nodige kritiek zal stuiten.  Deze uitzondering geeft veiligheidsdiensten immers de ruimte om communicatie te onderscheppen zonder rechterlijke toetsing, zolang dit in het belang van de “nationale veiligheid” is. Omdat het oordeel over de vraag wat onder “nationale veiligheid” moet worden verstaan, per definitie subjectief is, is het de vraag of dit wenselijk is.

Bron: Overheid.nl



Caroline de Vries
is advocaat-stagiaire bij SOLV en heeft een diepgaande interesse voor het informatierecht als rechtsgebied. Ze vindt het een uitdaging om het recht toe te passen in de huidige informatiemaatschappij. Hiervoor werkte ze een tijdje bij Bits of Freedom. Tijdens haar studie bedacht ze een juridische toets voor de aansprakelijkheid van internet-tussenpersonen.

Dit artikel verscheen op 2 oktober op het blog van SOLV en met toestemming overgenomen op deze website.