Duitse Hoge Raad schept onduidelijke monitorverplichting voor Rapidshare

Filesharingdienst Rapidshare is in “sommige gevallen” verantwoordelijk voor de auteursrechtinbreuken gepleegd door haar gebruikers. Dat oordeelde de Duitse Hoge Raad afgelopen donderdag. Rapidshare moet daarom “redelijke voorzorgsmaatregelen” nemen om piraterij te voorkomen.

Game-maker Atari had een rechtszaak tegen Rapidshare aangespannen, omdat exemplaren van de game “Alone in the Dark” illegaal verspreid werden via de site. In 2008 had Atari Rapidshare op de hoogte gesteld van de inbreuk, waarna Rapidshare het betreffende bestand heeft verwijderd (Notice-and-Takedown). Echter, Rapidshare had niet gecontroleerd of er nog meer versies van het bestand op haar netwerk circuleerden.

De Duitse Hoge Raad oordeelt nu Rapidshare met haar Notice-and-Takedown procedure nog niet aan haar zorgplicht heeft voldaan. Het op verzoek verwijderen van inbreukmakende bestanden is niet voldoende. Daarnaast moet de file hosting-dienst ervoor waken dat opnieuw vergelijkbare inbreukmakende bestanden worden geplaatst. Rapidshare moet “redelijke technische en economische maatregelen” nemen om piraterij te voorkomen, zonder dat dit het businessmodel van Rapidshare schaadt. Of Rapidshare aansprakelijk kan worden gesteld als gebruikers auteursrechtelijk beschermd materiaal aanbieden, hangt dus af van de genomen maatregelen.

Welke “redelijke maatregelen” dat precies zijn, wordt echter niet gespecificeerd. Dat mag het Gerechtshof, waarnaar de zaak is teruggewezen, bepalen. Eerder oordeelde dit Hof nog dat Rapidshare aan haar zorgplicht had voldaan. Het lijkt erop dat Rapidshare van de Duitse Hoge Raad zelfstandig op zoek moet naar meer illegale versies van “Alone In The Dark” op haar servers.

Mijns inziens erg onduidelijk arrest. Hoe Rapidshare effectief en preventief auteursrechtinbreuken via haar dienst moet voorkomen, zonder tegelijkertijd afbreuk te doen aan haar business model, is mij niet duidelijk. Vaststaat dat Rapidshare een “anti-abuse team” heeft, dat onmiddellijk inbreukmakende bestanden verwijdert na een daartoe strekkende notificatie.

Meer dan dit kan mijns inziens niet van een hosting provider als Rapidshare worden verwacht. Rapidshare, die slechts een platform aanbiedt voor de uitwisseling van bestanden door haar gebruikers, kwalificeert naar mijn mening zonder meer als “hosting provider” in de zin van artikel 14 van de E-Commerce richtlijn. Nu Rapidshare een effectief notice-and-takedown regime hanteert, voldoet zij aan de voorwaarden die de richtlijn stelt om in aanmerking te komen voor een vrijwaring van aansprakelijkheid. Die voorwaarden zijn, kort gezegd, dat een internetdienstverlener geen daadwerkelijk kennis heeft van het onrechtmatige karakter van het materiaal en dit ook niet hoeft te hebben, en dat hij – zodra hij die kennis wel heeft – prompt handelt om de informatie te verwijderen of ontoegankelijk te maken (Notice-and-Takedown).

Een meer verstrekkende monitor- en/of filterverplichting verplichting, zoals de Duitse Hoge Raad nu lijkt te suggereren en die de rechtbank van Hamburg eerder aan Rapidshare oplegde in een vergelijkbare zaak, is naar mijn mening regelrecht in strijd zijn met het verbod om aan internet service providers een algemene toezicht- en zoekverplichting op te leggen. Artikel 15 van de E-Commerce Richtlijn bepaalt heel duidelijk dat lidstaten:

“[leggen de dienstverleners] geen algemene verplichting op om toe te zien op de informatie die zij doorgeven of opslaan, noch om actief te zoeken naar feiten of omstandigheden die op onwettige activiteiten duiden.”

Ik ben dan ook zeer benieuwd hoe het Gerechtshof zal oordelen.

Bron: Nu.nl, Tweakers.net



Caroline de Vries
is advocaat-stagiaire bij SOLV en heeft een diepgaande interesse voor het informatierecht als rechtsgebied. Ze vindt het een uitdaging om het recht toe te passen in de huidige informatiemaatschappij. Hiervoor werkte ze een tijdje bij Bits of Freedom. Tijdens haar studie bedacht ze een juridische toets voor de aansprakelijkheid van internet-tussenpersonen.

Dit artikel verscheen op 17 juli 2012 op het blog van SOLV en is met toestemming overgenomen op deze website