EUE ongenode gast in datacenter-landschap

In het debat over de energie-efficiëntie van datacenters komt in Nederland steeds vaker weer de term EUE naar voren. EUE staat voor Energy Usage Effectiveness en is een afgeleide van de al in 2007 door The Green Grid geïntroduceerde en internationaal geaccepteerde term PUE, oftewel Power Usage Effectiveness. Beide termen zijn in het leven geroepen om de transparantie over het energieverbruik in de markt te verhogen en het voor bedrijven gemakkelijker te maken inzicht te verkrijgen en te verschaffen in hun energie-efficiëntie. Maar juist aan dit doel gaat de EUE op dit moment voorbij.

De PUE of Power Usage Effectiveness geeft een verhouding weer van de totale energie die een datacenter verbruikt, ten opzichte van het deel van de energie dat daadwerkelijk gebruikt wordt door de IT-apparatuur zelf. Hoe lager de PUE hoe beter (met een theoretisch minimum van één). De EUE of Energy Usage Effectiveness geeft dezelfde verhouding weer, maar werd ingevoerd omdat de PUE voorheen nog gebruikt werd als prestatiemaat voor het vermogen op een bepaald moment. Om de EUE te berekenen wordt het gemiddelde verbruik over het jaar heen als uitgangspunt genomen. Aangezien het energieverbruik fluctueert onder invloed van de seizoenen is het voor eenduidige interpretatie van een dergelijke waarde en eerlijke vergelijkingsmogelijkheden vanzelfsprekend beter om het gemiddelde te gebruiken dan een momentopname.

Verwarring in plaats van duidelijkheid
Als gevolg van de invoering van de EUE  bestaan er nu twee termen, die feitelijk voor hetzelfde staan.  Want terwijl wij in Nederland eigenhandig met een nieuwe prestatiemaat kwamen, werkte The Green Grid ondertussen ook verder aan de verbetering en ontwikkeling van zijn meetmethoden. Inmiddels wordt bij de juiste berekening van de PUE dus ook het gemiddelde jaarverbruik gebruikt en zorgt de hantering van verschillende termen ervoor dat er meer verwarring dan duidelijkheid geschept wordt. Internationaal heeft de term EUE namelijk niet de bekendheid die de term in Nederland geniet en hantering van deze term werkt daardoor niet in ons voordeel.

Internationaal succes
Dat Nederland een succesvol ICT-land is, staat buiten kijf: in de Nederlandse ICT-branche wordt op dit moment jaarlijks meer dan 30 miljard euro omgezet. Uit het hoge aantal buitenlandse investeringen in Nederland blijkt bovendien dat dit branchesucces verder reikt dan onze landsgrenzen: van alle buitenlandse investeringen is de ICT-sector verantwoordelijk voor verreweg de meeste projecten en banen. Op dit moment levert AMS-IX als grootste internet-exchange ter wereld een grote bijdrage aan onze internationale positie. Niet voor niets openden grote internationale organisaties als Facebook en Linkedin de afgelopen jaren haar deuren in Nederland. Nederland telt dan ook duizenden bedrijven die zich bezighouden met ICT, telecom en online diensten en al bijna 150 commerciële datacenterlocaties. De rest van de wereld kan inmiddels niet meer om ons heen.

Om dit succes vast te kunnen houden is verdere internationalisering echter onontkoombaar. Transparantie en internationale herkenbaarheid zijn hierbij belangrijke voorwaarden. Als een buitenlandse investeerder eerst een studie dient te maken van alle lokale certificeringen om datacenters met elkaar te vergelijken, werkt dat namelijk belemmerend.

Meewerken aan internationale herkenbaarheid
Het is voor de Nederlandse IT-sector dus van belang om zijn internationale herkenbaarheid te vergroten: think local, act global. Los van het aantal buitenlandse investeringen in Nederland is de digitale wereld namelijk in zijn geheel sterk geïnternationaliseerd. Doordat data overal ter wereld in de IT-cloud kunnen worden weggezet, kan een processor of operating systeem net zo goed in Londen staan als in Frankfurt of Amsterdam. Verdere internationalisering van de branche zorgt voor een grotere markt om mee te concurreren, maar ook voor meer potentiële klanten.

Daarom doen we er als sector verstandig aan om ons als een echte global player te gedragen en de internationale standaarden over te nemen van overkoepelende organisaties als EuroCloud, The Green Grid, Datacenter Code of Conduct, BCS en ICT Office of deze in samenwerking met deze organisaties te ontwikkelen. Op die manier kunnen we laten zien de Nederlandse IT-industrie volwaardig internationaal meedraait. Als wij in Nederland onze eigen standaarden gaan ontwikkelen, jagen we onszelf hiermee niet alleen op extra kosten, maar lijken we daarmee ook bijna afstand te doen van onze internationale ambities, verantwoordelijkheden en marktpotentieel. In plaats van toe te werken naar lokale differentiatie moeten we ons inzetten om eenduidigheid te creëren in de gehanteerde terminologie binnen de markt.

Nieuwe prestatiemaat
Op dit moment is er nog wel een kanttekening bij de PUE te maken en dat is dat deze wel inzicht geeft in de energie-efficiëntie binnen datacenters, maar niet in duurzaamheid op het gebied van groene stroominkoop of het aanwenden van duurzame energiebronnen. Vormen van maatschappelijk verantwoord en milieubewust ondernemen als duurzame energieopwekking en hergebruik van restwarmte zijn namelijk niet zichtbaar in de waarde van de PUE. Daartoe wordt gelukkig een andere prestatiemaat ontwikkeld: gezamenlijk en in samenwerking met internationaal opererende organisaties. Zodoende kunnen we voorkomen dat zowel de Nederlandse datacenterbranche als zijn klanten straks door de bomen het bos niet meer zien en zich lokaal blijven oriënteren in een internationaal georiënteerde markt.



Jan Wiersma
is technisch manager bij EvoSwitch, een toonaangevend, hypermodern datacenter in de regio Amsterdam dat geheel CO₂-neutraal opereert. Wiersma is opgeleid in de Informatie- en Communicatietechnologie en in Proces- en Milieutechnologie en vertegenwoordigt EvoSwitch in diverse nationale en internationale normencommissies zoals de ASHRAE (TC9.9), The Green Grid EMEA en NEN (NC381888). Jan Wiersma is ook de internationale directeur EMEA voor DatacenterPulse, het platform voor eindgebruikers en exploitanten van datacenters.