FTTH en FTTO: Killing Fields?

Gebruik van glasvezelinfrastructuren door derden blijft in de consumentensector (via Reggefiber) een kostbare aangelegenheid (vanwege de verplichte en gereguleerde tarieven voor huisvesting in PoPs en huur van glasvezels tussen PoPs). In  de zakelijke markt kan de meer dan dominante partij KPN zelf bepalen wat er van Wholesale Access overblijft.

Vandaag publiceerde de OPTA de resultaten van haar marktanalyse over kopernetwerken, FTTH en FTTO.  Reggefiber blijft op de huidige wijze gereguleerd. In de zakelijke markt geldt regulering (van KPN) alleen nog maar voor het kopernetwerk, niet voor de glasvezels (FTTO).

Stedenlink (het verband van steden dat actief is op het gebied van breedband) publiceerde kort geleden een pamflet om open infrastructuren te promoten en te bevorderen. Zij gebruikt dit als speerpunt in de invulling van de digitale Steden Agenda, die meer innovatiekracht zou moeten omvatten dan de Digitale Agenda van het ministerie Economische Zaken, Landbouw & Innovatie.

Vooralsnog loopt het niet hosanna met de investeringen in glasvezelinfrastructuren en zeker niet met het (innovatieve) gebruik daar van. Dat zou wel eens gerelateerd kunnen zijn. De consumenten hebben nog steeds niet meer dan de triple, waar als aanbieder qua dienstverlening ook niet veel aan te verdienen is. Dat gecombineerd met de hoge kosten om als operator op het Reggefiber netwerk te kunnen fungeren, levert de facto een markt voor uitsluitend grote spelers. Dat zijn vaak niet de meest innovatieve en dat blijkt uit het aanbod.

In de zakelijke markt zijn wel veel meer diensten beschikbaar, vanwege de omgekeerde situatie. De klanten hebben aanzienlijk hogere budgetten dan de consumenten voor ICT en kunnen ook veel geld besparen met het gebruik van nieuwe diensten zoals cloud-oplossingen. En toegang tot de klanten in de zakelijke markt is eenvoudiger, omdat er vrij veel glasvezelinitiatieven zijn die in meer of in mindere mate open zijn. Echter, pas rond de 1% van de markt maakt daar nu gebruik van. Wat dat betreft is het spijtig dat de OPTA juist regulering van FTTO vermindert.

Toch zie ik veel marktpotentieel, met name voor aanbieders van diensten als ISPs, hosting leveranciers, kantoor/werkplek automatisering maar ook voor ontwikkelaars van nieuwe dienstverlening. De markt en de diensten die in de zakelijke markt ontstaan zijn kunnen minimaal nog met een factor 100 opgeschaald worden op basis van de huidige diensten, en de markt kan verder vergroot worden door het ontwikkelen en aanbieden van hoogwaardige nieuwe diensten. En daarmee zouden we ook meer in de consumentensector kunnen bereiken. Mijn vader zou baat hebben bij een volledig als dienst geleverde terminal die hem in staat stelt te mailen, browsen en te skypen, in plaats van de aankoop van een PC en software, de installatie en het beheer daarvan en de noodzaak tot het oplossen van voor hem onmogelijke problemen (dat moet ik dan weer doen). Daar ligt een enorme markt, die groeit/vergrijst en bedient kan worden met bestaande diensten uit de zakelijke markt. En dan heb ik het nog niet eens over nieuwe consumentendiensten in de zorg, veiligheid, onderwijs en overheidssector, de meer ICT-innovatieve sectoren.

Dan moeten FTTH infrastructuren natuurlijk wel laagdrempelig open zijn. Zeg, voor 2 tot 10 euro per maand een VLAN naar een willekeurig huis, met perspectief op een groot aantal potentiële klanten. Breedband Arnhem start nu nog met een gesloten FTTH-netwerk, maar dat wordt hopelijk snel open. CAI Harderwijk hanteert een open model voor haar FTTH op laag 2, net als Cogas en NDIX in Twente doen. Tegelijk werkt CIF min of meer volgens het model van Reggefiber, ook in het gebied van CAI Harderwijk.

Het wordt een interessante tijd om te zien welke aanpak voor de investeerders in glasvezels, maar ook voor de leveranciers van ICT-diensten,  de killing-app dan wel het  killing-field wordt.


Jeroen van de Lagemaat is directeur van NDIX, de open digitale marktplaats die zich uitstrekt tot 35 steden in Nederland en Duitsland. Na zijn studie Elektrotechniek (afgestudeerd op VoEthernet) op de Universiteit Twente was hij wetenschappelijk medewerker op het gebied van het ontwerpen en testen van communicatiesystemen met behulp van formele methodes. Hij migreerde via project- en managementfuncties op de Universiteit naar de NDIX.

Over Jeroen van de Lagemaat

Laatste artikelen