Het eigenwijze aan mobiele telecommunicatie

Vaste en mobiele telecommunicatie zijn ontstaan uit hetzelfde sentiment: mensen willen contact met elkaar houden, ongeacht de afstand tussen hen. Toch lijken de vaste en mobiele sectoren twee verschillende werelden, maar is dat wel zo vanzelfsprekend?

In de berichtgeving over mobiele operators is een trend te zien: als iets de mobiele telecomwereld karakteriseert, is het wel het gebruik van gekke, eigenwijze tariefplannen. Je abonnement of prepaidbeltegoed is in het begin tot wel 50% goedkoper, ongeacht wanneer je afsluit. Dat zien niet alleen eindgebruikers; ook als reseller krijg je soms tarieven te zien waar je de moed van opgeeft. En redundantie? In de zakelijke vaste wereld heel normaal, maar in de mobiele wereld uitgesloten door exclusiviteitsclausules.

Na-apen
Die vreemde tarieven en contractclausules zijn op verschillende manieren uit te leggen. Er zit vooral een flink verschil in capaciteit tussen mobiele en vaste netwerken. Daarnaast scheelt het ook dat er maar drie echte mobiele operators zijn: als iets een winstgevend trucje is, en je weet dat je partners het trucje ook toepassen, kun je het het beste zelf ook doen (of je dat nou wel of niet expliciet afspreekt…). Zo leek het een paar jaar terug een goed idee mobiel internet wat goedkoper te maken en te subsidiëren met sms-verkeer; iedere operator die dat niet deed verloor klanten.

Begin dit jaar bereikten de vreemde tariefstructuren hun toppunt toen de grote drie aankondigden dat zij klanten meer wilden laten betalen voor zwaardere services als YouTube. Niet zo’n gek idee, tot je je bedenkt hoe ze dat wilden doen: niet door de daadwerkelijke data of gebruikte bandbreedte te tellen, maar door te detecteren dat het verkeer van of naar die specifieke videosite was, en dat simpelweg zwaarder aan te rekenen. Nadat de Tweede Kamer netneutraliteit verplichtte en daarmee dat plan afschoot, reageerden de operators door de prijzen flink te verhogen – hun subsidiëringsplan was niet langer houdbaar.

Blijft dat zo?
Mijn verwachting is dat dit soort ouderwetse verdienmodellen bij de netwerkoperators steeds meer gaan verdwijnen in 2012 en daarna. De mobiele telecomwereld gaat daarmee steeds meer lijken op de vaste telecomwereld.  Ik verwacht dat mobiele data de komende tijd wat duurder zal worden, naarmate de operators zich aanpassen aan de logische situatie, en dat prijsdrukkende innovaties in de sector sterk beloond zullen worden. De Tweede Kamer heeft in de frequentieveiling van 2013 al ruimte gereserveerd voor een nieuwkomer, wat laat zien dat zij in ieder geval verandering willen zien op de markt.

Als je in Nederland nu begint als nieuwe mobiele operator is het denk ik verstandig een stap in de richting van de vaste operators te zetten, bijvoorbeeld door het ondersteunen van VPN’s of toestaan dat mensen zelf hun gegevens kunnen routeren via SIP. Zo geef je aan je klanten in ieder geval al vrije keuze wat er met hun data gebeurt. Als virtuele provider zal je zonder een eigen netwerk niet meteen al het verschil kunnen maken, maar daardoor is de frequentieveiling van 2013 des te meer interessant.


Sjors Gielen is mede-oprichter van Limesco, een nieuw mobiel merk dat vanaf 2012 mobiele telefonie aanbiedt aan software-ontwikkelaars, hackers en andere ICT-specialisten.

Over Sjors Gielen

Laatste artikelen