Het ‘einde’ van het internet?

In dit blogbericht wil ik stilstaan bij de The Pirate Bay-uitspraak van vorige week (11 januari 2012) en andere voorgestelde filtermaatregelen in Nederland en het buitenland. Veel is gezegd over The Pirate Bay-uitspraak en ik zal de overwegingen van de rechter niet nog eens uitgebreid herhalen.

In elk geval ben ik het niet eens met mensen die zeggen dat de The Pirate Bay-uitspraak vreemd of van lage kwaliteit is. Naar mijn mening hebben de rechters op basis van het geldende recht de uitspraak uitgebreid gemotiveerd en is een zorgvuldige belangenafweging gemaakt. Die belangenafweging heeft alleen anders uitgepakt dan veel andere mensen graag hadden gezien. Natuurlijk kan wel kritiek worden geleverd op het overnemen van de cijfers die door Brein zijn aangedragen, maar de vraag is of met (iets) andere cijfers het oordeel heel anders zou zijn uitgevallen. Blijkbaar hebben Ziggo en XS4ALL de juistheid van de cijfers ook niet voldoende betwist. Hoewel de wet het – op dit moment – blijkbaar mogelijk maakt websites bij access providers te blokkeren, schept het vonnis een gevaarlijk precedent. Andere filtermaatregelen die nog op stapel liggen worden door de uitspraak ondersteund en dat roept de zaak de vraag op: is dit het begin van het ‘einde’ van een ongefilterd internet?

The Pirate Bay en het handhavingstekort op internet
In mijn ogen legt de zaak het handhavingstekort op internet bloot. Zelfs na civiel- en strafrechtelijke veroordelingen van de beheerders van The Pirate Bay blijft de website bereikbaar. De Notice and Take Down-verzoeken om aan The Pirate Bay-gelieerde domeinnamen offline te halen hebben slechts tot gevolg gehad dat de website zich van hostingprovider naar hostingprovider heeft verplaatst en de website zich nu bij een obscure hostingprovider in Oekraïne bevindt. Daarnaast zijn verschillende ‘mirror-websites’ opgekomen, die op basis van de uitspraak ook geblokkeerd moeten worden. Via een kat-en-muisspel gaat Stichting Brein nu IP-adressen en domeinnamen aandragen om de The Pirate Bay bij access providers te doen blokkeren. Brein blijft aansprakelijk voor de juistheid daarvan. Toch blijft de dienst van The Pirate Bay in principe bereikbaar, zelfs na de blokkade door ISP’s. Wellicht neemt wel een substantieel aantal mensen niet meer de moeite de website en varianten daarvan te bezoeken. Althans, dat is de bedoeling van de maatregel.

Het is een belangrijke taak van staten wetten te handhaven. Op die manier realiseren mensen zich aan welke norm moet worden gehouden. Handhavende instanties zullen met betrekking tot internet redeneren dat wanneer blijkt dat het niet goed mogelijk is de wet te handhaven door de natuurlijke personen achter de illegale activiteiten aan te pakken, hetzelfde doel wellicht behaald kan worden door verplichtingen op te leggen aan intermediaren. Ergens is het toch ook wel vreemd dat een illegale website en de beheerders van de website na veroordeling door een rechter gewoon haar diensten of content kan blijven aanbieden. Bedenk wel: in deze zaak gaat het om een auteursrechtschending, maar via websites worden natuurlijk ook andere illegale inhoud of diensten aangeboden. Denk aan illegale wapenhandel, verkoop van nepmedicijnen, het aanbieden van kansspelen zonder vergunning, de handel in gestolen persoonsgegevens of creditcards, het aansturen van malware, etc.

Niet alle illegale content rechtvaardigt een internetblokkade, maar vanuit overheidsperspectief of dat van de slachtoffers is het een gek idee dat illegale activiteiten door kunnen gaan omdat (blijkbaar) de mensen daarachter niet gestraft kunnen worden en de websites in het buitenland gehost worden. Wat offline geldt, geldt ook online toch? Zou de overheid geen maatregelen mogen nemen, omdat hierdoor de ‘aard van het internet’ verandert? Ook nu worden spam en IP-adressen door internet providers soms toch geblokkeerd? En na veroordeling door een rechter zouden mensen toch überhaupt niet naar die websites mogen gaan?

Tegelijkertijd realiseren de meeste mensen zich ook wel dat de maatregel verre van perfect is. De blokkade kan gemakkelijk omzeild worden en de illegale content komt wel weer op een andere website terecht. Wellicht haakt wel een substantieel gedeelte van de mensen af als het te veel moeite kost bij de informatie of diensten te komen. Kwalijk is het als zich ook legale content op de te blokkeren websites bevindt. Hierdoor kunnen mensen niet meer bij de informatie en daarmee wordt aan een belangrijke functie van internet getornd, namelijk het toegankelijk maken van informatie. Het hangt af van de omstandigheden hoeveel legale content wordt geblokkeerd. Toch is het mijns inziens belangrijk genuanceerd naar het probleem te kijken en te realiseren dat er nog andere – eveneens belangrijke – belangen in het spel zijn.

Het argument van het hellende vlak vind ik persoonlijk sterker. Nu is het nog voor websites die (op grote schaal?) auteursrechten schenden, straks gaat het om kinderpornowebsites, dan websites via welke ‘een strafbaar feit wordt gepleegd’ en tenslotte voor alle websites die ‘onrechtmatig’ zijn? En ja, die laatste twee opties klinken zo breed als dat ze zijn. Naar mijn mening is het verstandig als de wetgever debatteert en aangeeft in welke situaties en met welke waarborgen een dergelijke filtermaatregel eventueel door een rechter kan worden overwogen. Anders glijden we wellicht af naar een nationaal gefilterd internet waarbij de internetgebruiker is overgeleverd aan het enthousiasme en de (on)zorgvuldigheid van de handhavende particulieren en autoriteiten.

Toekomstige blokkeringsmaatregelen
Alleen in 2010 en 2011 is al drie keer in kamerstukken een blokkerings/filtermaatregel overwogen. Op dit moment kunnen opsporingsambtenaren – net als iedereen – slechts een verzoek tot Notice and Take Down doen. De meeste hostingproviders en andere internet providers hebben een Notice and Take Down-beleid en maken zelf een afweging of informatie onrechtmatig of strafbaar is voordat wordt overgaan tot de ontoegankelijkheidsmaking van het materiaal. Belangrijk is dus dat de providers niet gedwongen kunnen worden tot het ontoegankelijk maken van het materiaal. Hoewel in artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht een Notice and Take Down bevel is geformuleerd, kan het bevel niet worden afgedwongen wegens de vele juridische bezwaren die aan het artikel kleven. Zie dit in dit kader dit rapport over artikel 54a Sr. Verschillende rechters kwamen tot dezelfde conclusie en hebben geoordeeld dat een bevel tot Notice and Take Down vooralsnog niet kan worden opgelegd.

Daarom kwam de toenmalige regering in 2010 met het plan een Notice and Take Down-bevel in de nieuwe Wet computercriminaliteit te creëren. Zie daarover dit blogbericht. Het grootste probleem van dat voorstel is dat een officier van justitie het bevel zou kunnen opleggen en een rechter pas na beklag van een belanghebbende er bij komt kijken. Aan de andere kant kan het een grote druk op het rechterlijk apparaat leggen als alle verzoeken beoordeeld moeten worden door een rechter. Belangrijk in de context van dit bericht is dat het Notice and Take Down-bevel ook aan access providers zou kunnen worden opgelegd, zodat zij gelast konden worden een website te blokkeren. De toets die daar aan vooraf gaat komt in essentie neer op die van de The Pirate Bay-zaak. Deze maatregel zou echter voor alle strafbare feiten gelden en heeft dus niet alleen betrekking tot delicten in de Auteurswet. Vóór de zomer van 2012 laat Opstelten naar eigen zeggen weten welke maatregelen of strafrechtelijk terrein worden voorgesteld met betrekking tot cybersecurity en mijn verwachting is dat daar ook het nieuwe Notice and Take Down-bevel onder valt. Vorige week is ook vanuit de Europese Commissie een communicatie uit de deur gegaan waar in een duidelijk signaal wordt afgeven dat verplichte blokkeringsmaatregelen aan internet providers in het kader van Notice and Action nadrukkelijk door de Commissie worden overwogen.

Daarnaast kan gedacht worden aan het filtervoorstel in de speerpuntenbrief 20©20 van staatssecretaris Teeven uit april 2011. Ook daar werd een filtermaatregel voor het tegengaan van auteursrechtschendingen overwogen. In het buitenland kan bijvoorbeeld gewezen worden op de Protect IP en SOPA wetsvoorstellen. Gisteren heeft president Obama laten weten kritisch te staan tegenover filtermaatregelen die het ‘open internet’ bedreigen. In het kamerdebat over auteursrechten eind 2011 werd in ieder geval duidelijk dat de Kamerleden zeer kritisch staan tegenover de voorstellen van Teeven. Belangrijk in het kader van blokkeringsmaatregelen is dat in december 2011 een motie van Kamerlid Verhoeven (Kamerstukken II 2011/12, 29 838, nr. 35) is aangenomen waar de regering wordt opgeroepen geen websites te blokkeren overwegende dat de maatregel ‘de vrijheid van meningsuiting disproportioneel inperkt, de privacy van de internetgebruiker aantast, de innovatie beperkt, en de isp’s tot politieagent maakt’. Daarbij moet wel bedacht worden dat de motie is aangenomen in het kader van het auteursrechtdebat. Wie weet denken de Kamerleden anders over filtermaatregelen voor andere doeleinden.

Tenslotte worden nog filtermaatregelen overwogen met betrekking tot illegale kansspelwebsites op internet. De regering heeft laten weten dat op dit moment alle websites die kansspelen aanbieden illegaal zijn, omdat niemand nog een vergunning heeft. In de nabije toekomst zullen bepaalde kansspelwebsites een vergunning krijgen voor de kansspelen en ter handhaving van de wet en het tegengaan van illegale kansspelwebsites werd gesproken over eventueel te nemen filtermaatregelen. In het buitenland wordt ook druk gediscussieerd over filtermaatregelen in het kader van illegale kansspelen. Zie bijvoorbeeld dit bericht waarin wordt gesproken over het filteren van kansspelwebsites in België en naar verluidt zijn er ook plannen voor het filteren van kansspelwebsites bij ISP’s in Frankrijk. De Franse kansspelautoriteit Arjel zou dan voor de kosten opdraaien. In Duitsland is een filtermaatregel voor kansspelen dat voortvloeide uit een uitspraak van de rechtbank van Düsseldorf door hogere rechters blijkbaar afgeschoten.

Conclusie
In zekere zin is de recente Pirate Bay-uitspraak het begin van het ‘einde’ van een ongefilterd internet in Nederland te noemen. De zaak schept een gevaarlijk precedent en als we niet uitkijken glijden we af naar een nationaal gefilterd internet. Niets staat echter nog vast. De uitspraak kan nog in hoger beroep vernietigd worden en er kunnen nog prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie worden gesteld. De overheid kan misschien ook een stokje steken voor de filtermaatregelen.

Wel vind ik het belangrijk dat genuanceerd naar de maatregel en de zaak wordt gekeken. Er spelen meer en eveneens belangrijke belangen dan een ‘vrij en open internet’. Een filtermaatregel op initiatief van een auteursrechtorganisatie is wellicht anders dan een filtermaatregel dat door de overheid wordt opgelegd en voor de maatregel is bij het ene delict is misschien meer te zeggen dan voor het andere. Wet- en regelgeving moet gehandhaafd kunnen worden en er moet een principiële keuze gemaakt worden of we en in hoeverre we dat via internet providers willen doen.

Wat mij betreft kunnen de maatregelen in ieder geval alleen als ultimum remdium worden opgelegd, dus niet zonder voorafgaande Notice and Take Down verzoeken en een rechterlijke toets. In die zin is de toets van de rechter in The Pirate Bay-zaak wellicht zo gek nog niet. Maar dan nog moet wat mij betreft na een maatschappelijk debat besloten worden of en voor welke illegale activiteiten we zo’n verstrekkende maatregel zouden willen opleggen.


Jan-Jaap Oerlemans is als medewerker en buitenpromovendus verbonden aan het centrum eLaw@Leiden van de Universiteit Leiden. Hij doet onderzoek naar knelpunten in de bestrijding van computercriminaliteit. Meer specifiek op het terrein van bijzondere opsporingsbevoegdheden en jurisdictie op internet. Naast zijn onderzoek is Jan-Jaap werkzaam als juridisch adviseur bij het IT-beveilingsbedrijf Fox-IT.

Dit artikel verscheen eerder vandaag op het blog van Jan-Jaap Oerlemans

Over Jan-Jaap Oerlemans