Hoe rampzalig zijn de nieuwe btw-regels voor online ondernemers?

Sinds 1 januari gelden er nieuwe regels voor het heffen van btw aan consumenten, als je tenminste geautomatiseerde online diensten of software levert. Kort gezegd: je moet het btw-tarief rekenen dat in het land van de consument geldt voor het soort dienst dat je aan die consument verkoopt. En het is jouw probleem om uit te zoeken welk land dat is. Oh en daarna moet je natuurlijk al die btw afdragen aan de belastingdienst van de betreffende landen. En dat kan nog wel eens behoorlijk vervelend uitpakken, zo blijkt.

De nieuwe btw-regels zijn bedoeld om de btw-ontduiking (pardon, geheel legale bedrijfsstructuuropzetten) van grote internetbedrijven aan te pakken. Je kunt immers niet meer je vestigen in een land met hele lage btw en vanuit daar online diensten leveren aan consumenten in landen met hoge btw. Verkoop je aan Duitse consumenten, dan moet je de Duitse btw rekenen waar je ook gevestigd bent. (Weten wat die btw is? Gebruik deze handige VAT info checker.)

Ondertussen pakt het wel heel vervelend uit voor de vele kleine online ondernemers die bijvoorbeeld e-books of cursussen verkopen aan consumenten. Bij Blueberry Dynamic las ik een uitgebreid verhaal over wat dit voor consequenties voor je bedrijf kan hebben:

Het betekent dat als iemand uit Spanje jouw e-course aanschaft jij moet kunnen bewijzen waar deze persoon zich bevond op het moment van aanschaf en je bent verplicht om de BTW over je e-course te betalen in Spanje. … zelfs als jij eenmalig een e-book van €7,50 (of €0,01 zelfs) verkoopt aan een particulier in Bulgarije dan moet jij over dat product BTW-aangifte doen in Bulgarije. Je bent daar dan geregistreerd en moet je de komende 10 jaar kunnen verantwoorden over deze ene aankoop.

Voor dat afdragen van btw is een oplossing: registreer je bij onze Belastingdienst (de BTW-MOSS, btw-mini one stop shop), waarna die jouw btw-bedragen ontvangt en verdeelt over de belastingdiensten per land. Zo heb je maar één loket waar al je btw heen gaat.

Maar het probleem blijft dat je per afnemer moet weten in welk land hij gevestigd is (als hij consument is), omdat je anders niet weet welk btw-tarief er geldt op je dienstverlening. Oh, en dat je moet nagaan of iemand consument is natuurlijk.

Hoe je nagaat of iemand consument is, is een moeilijke. Je kunt je klanten vragen om een btw-nummer, wie dat invult is per definitie geen consument. Maar dan sluit je wel consumenten uit als klant, en dat schiet ook weer niet op. Mensen laten kiezen tussen “Ik koop als consument/Ik koop zakelijk” (en bij optie 2 een btw nummer vragen) is dan misschien iets praktischer.

Vervolgens moet je nagaan waar iemand gevestigd is. De wet eist hierbij twee bewijsstukken, en de Uitvoeringsverordening noemt negen opties die in ieder geval genoeg zijn:

    1. de gegevens van de afnemer zoals zijn factuuradres;
    2. het internetprotocoladres (IP-adres) van het door de afnemer gebruikte toestel of een andere methode voor het bepalen van de geografische locatie;
    3. bankgegevens zoals de plaats waar de voor de betaling gebruikte bankrekening wordt aangehouden, en het factuuradres van de afnemer bij die bank;
    4. de mobiele landencode (MCC) van het IMSI-nummer dat is opgeslagen op de door de afnemer gebruikte simkaart;
    5. de plaats van de vaste aansluiting in een woning, langs dewelke de dienst aan de afnemer wordt verleend;
    6. in het geval van een afnemer die goederen verkoopt via het internet of een soortgelijk elektronisch netwerk, de initiële plaats van vertrek van het vervoer of de verzending van de door die afnemer verkochte goederen;
    7. in het geval van een afnemer die goederen koopt via het internet of een soortgelijk elektronisch netwerk, de uiteindelijke plaats van aankomst van het vervoer of de verzending van de door die afnemer gekochte goederen;
    8. inschrijvingsgegevens van het door de afnemer gehuurde vervoermiddel, indien dat vervoermiddel moet worden ingeschreven op de plaats waar het wordt gebruikt, en andere soortgelijke gegevens;
    9. overige zakelijk relevante gegevens die de dienstverrichter heeft verkregen.

Volgens mij zou je dus in principe toe moeten kunnen met een IP-adres en het opgegeven factuuradres, mits je aan dat IP-adres kunt zien waar iemand woont. Maar als mensen een VPN gebruiken of in het buitenland op vakantie zijn, dan wordt het alsnog ingewikkeld. Het bewijs hiervan moet overigens tien jaar lang bewaard worden, en beschikbaar zijn voor iedere buitenlandse Belastingdienst die de btw-aangifte wil controleren.

Inderdaad, dat is behoorlijk lastig om rekening mee te houden en ik kan me goed voorstellen dat ondernemers nu denken: ik ga alleen nog in Nederland zaken doen. Het moet me dan wel van het hart dat het bij élke nieuwe wet hetzelfde gaat: in alle tijd voordat de wet van kracht wordt, lijkt het niemand te boeien en zodra de wet van kracht is, barst iedereen los met dat het onwerkbaar is, geen rekening houdt met internet en de moderne tijd en ga zo maar door. Argh. Als iedereen nou wat éérder had geklaagd, hadden we nog wat kunnen doen aan die wet.

Hoe dan ook, er is geen quick fix om aan deze wet te ontkomen. Wie met consumenten in het buitenland zaken doet, moet vaststellen in welk buitenland, de btw-tarieven erbij zoeken en vervolgens de btw afdragen aan de relevante buitenlandse Belastingdienst.


Dit artikel verscheen 13 januari 2015 op de blog van Arnoud Engelfriet en is met toestemming van de auteur op ISP Today gepubliceerd.

Over Arnoud Engelfriet

Arnoud Engelfriet is partner bij ICTRecht sinds juni 2008. Hij is gespecialiseerd in internetrecht waar hij zich al sinds 1993 mee bezighoudt.

Met zijn informatica-achtergrond richt hij zich graag op complexe technisch/juridisch ICT-vraagstukken en softwarelicenties (met name open source). Zijn website Ius mentis is één van de populairste van Nederland over ICT en recht.