Nederlandse hostingbranche verdient meer respect dan het krijgt

Het onlangs verschenen CBS rapport ICT, Kennis en Economie telt 259 pagina’s. Het woord “Hosting” komt er niet in voor. Het woord “Webhosting” komt slechts een keer voor (schema 2.1.1, de afbakening per sector). Dit komt niet als een verrassing, het is typerend voor de wijze waarop dat de Nederlandse Hostingbranche door de overheid gezien wordt. De branche is, in de ogen van de overheid, maar ook van een groot deel van de media, een onderdeel van de grote brede markt van ICT diensten, en telecommunicatie. Hosters worden gezien als vergelijkbaar met kantoorautomatiseerders of software ontwikkelaars. Die manier van denken is achterhaald en onze sector verdient beter.

Technisch gezien klopt het wel, hosters zijn ICT dienstverleners, net als IBM een dienstverlener is. Op dezelfde manier waarop een buurtkruidenier en de haven van Rotterdam allebei onder de noemer “handel”  ingedeeld kunnen worden. Dat de kruidenier behoefte heeft aan een andere aanpak van de overheid nodig heeft dan de havens is inmiddels wel tot het bewustzijn van de overheid doorgedrongen. Do hostingbranche is nog niet zover.

Waarom is Hosting niet gewoon ICT?
Ten eerste is de hostingindustrie een jonge branche in een volwassen sector. De meeste bedrijven bestaan minder dan tien jaar, de gemiddelde leeftijd van hosters is jong. De markt zelf is nog weinig geconsolideerd (er staan 1700 registrars ingeschreven, de grootste partij in de hostingbranche heeft een marktaandeel van net 8%). Een jonge industrie heeft behoefte aan een meedenkende overheid, die weet wanneer het deze jonge ondernemers een duwtje in de rug moet geven, maar die ook goed begrijpt wanneer het een stapje terug moet nemen om niet in de weg de staan en de vrije markt en de gezonde competitie tussen de bedrijven vrije loop te laten.

Ten tweede: de hostingbranche groeit nog steeds hard, waar de ICT wereld als geheel nog maar heel langzaam groeit, en in sommige gevallen zelf krimpt. In tijden van groeiende werkloosheid is de hostingbranche een sector die banen schept, en een van de weinige in de Nederlandse economie die permanent op zoek is naar personeel. De branche vindt het moeilijk om vanuit de ROC’s mensen te vinden met skillsets die aansluiten bij hun behoefte. Het gat tussen hetgeen waar mensen voor opgeleid worden en wat de industrie nodig heeft is groot en groeiende. Onlangs gehoord: een MBO’er die aangeboden wordt bij een hoster “Hij heeft Novell geleerd”. Au.

Bedrijven zelf, en brancheorganisaties zoals ISPConnect en DHPA nemen initiatieven om te proberen het gat te dichten, maar de sector heeft behoefte aan een gesprek met de overheid, op centraal niveau.

Tenslotte: de online revolutie begint nog maar net. In het CBS rapport kom je de cijfer tegen “84% van de Nederlandse bedrijven heeft een website”. Maar een aanwezigheid op het web hebben is allang niet meer waar het om gaat. De dienstverlening verplaatst zich in rap tempo naar de online wereld. Bestellingen, betalingen, maar ook samenwerken en self-service. Steeds meer activiteiten die tot voor kort face-to-face moesten gebeuren verhuizen naar de online wereld. De hostingbranche zit nog maar aan het begin van haar groeipotentie. Waarschijnlijk zit de groei in het volgende decennium niet zozeer meer in puur webhosting, maar in apps, in beveiligde toepassingen, en in machine-tot-machine toepassingen waar geen menselijke interactie meer mee gemoeid is. Door de cloud komt ook de simpele definitie van “Nederlandse” te vervagen, er zullen over tien jaar niet meer zoveel hosters zijn die zelf hun servers in hun eigen gebouw beheren.

Die toekomst gaat allemaal nieuwe, uitdagende vraagstukken voor ons werpen: juridische vraagstukken, privacy, internationaal recht. Het is belangrijk dat de overheid in staat is om samen met de branche te anticiperen op deze ontwikkelingen en niet straks achter de feiten aanloopt. Op dit moment worden initiatieven van de overheid genomen naar de “ICT” sector en de telecombranche. Dit moet de komende jaren veranderen, de hosters moeten een eigen stem krijgen.

Wat moet er gebeuren?
Het is natuurlijk jammer dat de hostingindustrie een succesverhaal is zonder dat iemand het weet. Op dit moment worden initiatieven van de overheid genomen naar de “ICT” sector en de telecombranche zonder dat de tak die het snelste groeit zelfs genoemd wordt. Dit moet de komende jaren veranderen, de hosters moeten namens hun eigens sector aan de tafel kunnen schuiven. In hun eigen belang, maar uiteindelijk ook in het belang van de hele gemeenschap.

De versnippering van de branche is waarschijnlijk een van de oorzaken dat de sector weinig bekend en bemind is bij de overheid. Al een paar jaar wordt voorspeld dat er een consolidatieslag gaat plaatsvinden, dat gebeurt nog maar mondjesmaat, het is moeilijk om in te schatten of hier op kort termijn verandering in gaat komen.

Een lage organisatiegraad is een tweede oorzaak. De branchevertegenwoordigers DHPA en ISPConnect vertegenwoordigen nog te weinig bedrijven in de sector. Groei van het ledenaantal en daardoor meer representatief worden en meer geluiden vanuit de branche kunnen laten horen is voor ISPConnect een top prioriteit.

Wij moeten de boodschap blijven herhalen, in blogs, op fora, op congressen en in de gesprekken waar wij mogen aanschuiven: ICT is in wereld van nu een begrip dat te ruim is, en teveel werelden dekt die te verschillend van elkaar zijn. Het is hoog tijd om de hostingbranche als volwaardige economische sector te zien.


Simon Besteman is directeur bij ISPConnect.

Over Simon Besteman

Simon Besteman is directeur bij ISPConnect. Voorheen was hij werkzaam bij Hewlett-Packard, Demon Internet en Sun Microsystems, vervolgens sinds 2005 als organisatie-adviseur. Zijn taak bij ISP Connect is het regelen van de verenigingszaken, om namens de leden plaats te nemen in overleggen en ronde tafels met de overheid, en om activiteiten en events te organiseren voor de leden. Ook is hij de contactpersoon voor leden zelf, voor de media en voor externe stakeholders van de hostingbranche.