Netneutraliteit raakt ons allemaal

De aankondiging van KPN diensten voor mobiele telefonie te gaan blokkeren zorgt voor veel ophef.  Gebruikers, pers en politici reageren uiterst negatief op wat wordt beschouwd als een onacceptabele aantasting van netneutraliteit.

Door verschillende juristen is al uitgelegd dat het een eenzijdige ontbinding van de contracten door de  klanten rechtvaardigt. Daarmee is de discussie over het waarom van deze actie echter nog steeds niet voorbij. Het grote publiek begrijpt nu wel voor het eerst waarom netneutraliteit zo belangrijk is en dat terwijl de discussie hierover al sinds 2006 in Nederland wordt gevoerd.

Dat laatste verdient uitleg. In 2003 kwamen de eerste berichten uit de USA over plannen van exploitanten van infrastructuur voor consumenten internet (accessproviders). Comcast en AOL zijn in die markt dominante partijen die niet alleen access bieden, maar ook eigen content produceren. Om die laatste belangen te verdedigen stelden zij, dat er ooit een moment kon komen waarop concurrerend – en gratis – aanbod diende te worden ontmoedigd. Die gedachte leidde uiteindelijk in 2005 tot richtlijnen van de toezichthouder FCC over netneutraliteit.

In 2006 kwam netneutraliteit ook op de agenda bij de directies van Nederlandse accessproviders. Als voornaamste argument voor het beëindigen van open internet werd vanaf het eerste moment gewezen op de capaciteitsbeperkingen van de bestaande vaste netwerken. Op de tweede reden gold dat men bepaalde eigen diensten (bijvoorbeeld VOD en VoIP) zo beter kon “faciliteren”. Hostingproviders beschouwden op dat moment netneutraliteit als een onderwerp dat hen niet aanging. De content van klanten werd toch immers probleemloos over de hele wereld gedistribueerd.

Er waren (en zijn) echter drie wezenlijke verschillen tussen Amerikaanse en Nederlandse accessproviders. Om te beginnen zijn veel succesvolle aanbieders van de “omstreden” content groter dan de Nederlandse accesspartijen. Google eisen opleggen is kansloos. Het tweede punt betreft de concurrentie, die is hier sterker dan in de USA. Een provider die YouTube knijpt kan rekenen op een dramatische uitstroom van klanten. Tenslotte is er nog de afhankelijkheid van diezelfde content aanbieders. In bijna alle gevallen zijn de accesspartijen in Nederland namelijk onderdeel van een onderneming die diensten aanbiedt aan deze content partijen (datacenter faciliteiten en verbindingen). Dat laatste punt is een complicerende factor, omdat niet alle marketeers en juristen van providers die zich bezighouden met netneutraliteit hiervan op de hoogte zijn.

Het vraagstuk netneutraliteit bestond dus al langer in Nederland, maar pas in 2009 is door een consultatie van het ministerie van Economische Zaken een breder debat gestart. Tijdens dat proces is ook duidelijk geworden dat netneutraliteit drie partijen raakt die van elkaar afhankelijk zijn. In het midden zit de accessprovider die aan de ene kant zijn klanten heeft die hij graag wil behouden en meer  eigen diensten wil laten afnemen. Aan de ander kant bevinden zich aanbieders van de “omstreden”, want concurrerende content of diensten, die echter zelf ook weer indirect klant van de provider kunnen zijn. Accessproviders die dachten beide partijen te kunnen controleren zien inmiddels dat deze twee partijen gemeenschappelijk optreden naar de politiek en tegen de provider.

Overigens  de belangstelling in de pers en bij de politiek voor de consultatie was vrij beperkt. Waarom deze groepen niet eerder in de gaten hebben gehad dat de discussie rond netneutraliteit voor het vaste internet niet anders was dan een opmaat voor de huidige discussie voor mobiele toepassingen blijft onduidelijk. Dat geldt ook voor hostingproviders, de inbreng van deze partijen bij de consultatie was gering. Menig provider ging er van uit dat het niet relevant was voor zijn business. Inmiddels weten ze beter, het knijpen van content schaadt niet alleen de belangen van de aanbieder en eindgebruiker, maar ook die van de hoster. Anders gezegd schending van netneutraliteit raakt ons allemaal.


Rashid Niamat is sinds 2007 zelfstandig adviseur in strategieontwikkeling, implementatievraagstukken en communicatie trajecten rond e-activiteiten en samenwerkingen. Rashid houdt trouw een boeiend weblog bij over de internetmarkt.

Over Rashid Niamat

Laatste artikelen