Waarop concurreren hostingproviders?

Aan het einde van de vorige eeuw was de hostingmarkt overzichtelijk. Een beperkt aantal aanbieders met hostingdiensten concurreerde vooral op prijs in combinatie met dataopslag. Niet alleen het aantal aanbieders was gering ook de vraag was beperkt. Het duurde – gerekend vanaf 1995 – bijvoorbeeld meer dan 5 jaar (!) eer de 100 grootste bedrijven van het land een eigen website had, al dan niet in combinatie met e-mail. Vandaag de dag kunnen we ons niet eens meer voorstellen, dat er organisaties zijn die zonder internet kunnen bestaan.

Door het gebrek aan vraag en aanbod was de marktwerking suboptimaal en konden klanten – als ze al over de noodzakelijke kennis beschikten – weinig  eisen stellen. Elke offerte was daarom ook feitelijk terug te brengen tot een paar regels tekst: wij leveren onder de fantasienaam abc, x opslag en y bandbreedte tegen prijs z. Die situatie duurde tot begin van deze eeuw.

Daarna veranderde de markt opeens heel snel. Dit leek twee oorzaken te hebben. Enerzijds was er sprake van een snel toenemende  acceptatie van internet access bij burgers en bedrijven (lees de introductie van ADSL en coax en de prijzenoorlog die daarmee los barstte). Deze access-boom leidde tot meer vraag naar “content”, dus was hosting gevraagd. Anderzijds kwam er veel aanbod van housing, hardware en infra op de markt. Internet had immers de toekomst, menig ondernemer wilde een graantje van die hausse meepikken en de bubble was nog niet gebarsten. In combinatie met bijvoorbeeld de lagere tarieven en mildere condities die SIDN doorvoerde werd het ook wel heel aantrekkelijk hosting aan te bieden.

Bij zoveel aanbod lag het voor de hand dat er enige vorm van differentiatie in aanbod tot stand zou komen. Aanbieders hebben er immers belang bij nog voldoende onderscheidend vermogen te behouden. En hoewel de prijs de belangrijkste component bij menig aanbod bleef, kwam er inderdaad ruimte voor andere specificaties. Beschikbaarheid van de dienst (de bekende SLA) is bijvoorbeeld een aanvulling die pas na het barsten van de internet zeepbel breed werd ingevoerd. Inmiddels is dat echter een term die zo algemeen wordt gevoerd, dat daarop concurreren amper meer plaatsvindt.

Een ander bekend  en recent voorbeeld is het verlagen van het energieverbruik. Strikt genomen geen USP waarmee hosters vrijwillig zijn gekomen. Hieraan ligt namelijk een sector brede afspraak tussen datacenters en de overheid (de MJA) ten grondslag. Maar hierdoor kunnen  gebruikers van die datacenters, dus de hosters, nu wel aangeven de diensten energiezuiniger dan voorheen  aan te bieden. Overigens is dat slechts een deel van het verhaal. Want puur de datacenters focussen op verlaging van het energie verbruik. Hoe het kantoor van de hoster wordt verwarmd en verlicht blijft vaak onbeschreven.

Al deze componenten – prijs, bandbreedte, opslag, SLA en de door de MJA opgelegde energie reductie – vormen op dit moment  de basis van het aanbod dat door hosters wordt gedaan. Het zijn ook de standaard categorieën die vermeld worden in de bekende offline en online overzichten.

De vraag die echter moet worden gesteld, zeker na het doornemen van enkele overzichten, is waarop hosting aanbieders daadwerkelijk nog concurreren. Het beeld dat namelijk opdoemt is dat van een sector die een pure commodity aanbiedt. Hosting is in de B2B markt niet veel anders dan als consument 230 Volt geleverd krijgen. De prijzen verschillen niet veel, het imago van de bedrijven is min of meer gelijk, alleen de kleine lettertjes kunnen voor verrassingen zorgen.

De vergelijking met stroombedrijven is niet toevallig gekozen. Het is een technische omgeving die de meeste gebruikers amper interesseert. Het eindproduct moet het doen en wel op een 24/7 basis. Waarop kunnen partijen als Eneco, Nuon en RWE zich dan nog onderscheiden? Wat je ziet is dat deze ondernemingen veel meer aandacht zijn gaan besteden aan imago en klanttevredenheid tot customer intimicy aan toe voor zowel B2C als B2B leveringen. Daarvoor wordt volop geïnvesteerd in mensen en kennis. Of ze daarin slagen is een ander verhaal. Het is echter wel een indicatie dat in een verzadigde markt voor commodity’s andere accenten gezet kunnen worden dan puur roepen de laagste prijs te hebben.


Rashid Niamat is sinds 2007 zelfstandig adviseur in strategieontwikkeling, implementatievraagstukken en communicatie trajecten rond e-activiteiten en samenwerkingen. Rashid houdt trouw een boeiend weblog bij over de internetmarkt.

Over Rashid Niamat

Laatste artikelen