EU hof brengt internetvrijheid in lastige spagaat

Op dinsdag 13 mei kwam het Europese Hof van Justitie met een opmerkelijk en mogelijk verstrekkend oordeel (Korte versie hier). Google moet een rechtmatig gepubliceerd artikel over een Spaanse burger de-indexeren. De informatie stond in een dagblad en betrof de gedwongen verkoop van zijn bezittingen, ivm schulden die hij had. Omdat de dagbladen niets wilden verwijderen (de beslaglegging liep via een besluit van de Spaanse regering), sleepte de man nu Google voor de rechter.

Implicaties
De zaak is zeer gecompliceerd. Wij zetten ons in voor privacy en communicatievrijheid en beide grondrechten botsen in deze zaak met elkaar. In eerste instantie is de uitspraak positief voor privacy, maar de implicaties voor de vrijheid van meningsuiting zijn zeer zorgwekkend.

Positief
In eerste opzicht is de zaak positief. De rechter oordeelde namelijk dat Google – een Amerikaans bedrijf – gewoon onder de Europese wetten valt. Ze heeft diverse dochterondernemingen in Spanje en in andere EU-lidstaten en kan dus worden aangemerkt als ‘gevestigd’ daar. Ze verkopen er bijvoorbeeld advertenties, en presenteren gegevens aan Spaanse burgers.

Ingewikkeld is dat wordt gesteld dat Google als verantwoordelijke is aan te wijzen in de context van gegevensverwerking. Ze verzamelen publiek beschikbare persoonlijke gegevens, slaan die op op hun servers, sorteren en ordenen die gegevens en verstrekken die vervolgens gestructureerd aan hun bezoekers. Daarom moeten ze volgens het Hof voldoen aan de EU-privacywetten en dat heeft weer consequenties voor de rechten van Europese burgers.

In principe staan we positief tegenover een versterking van privacyrechten van burgers, zeker in een tijd met zo’n gebrek aan balans tussen informatie die over je beschikbaar is en waar je zeggenschap over hebt. Maar dat betreft normaal gesproken persoonlijke gegevens van gebruikers, niet publiek beschikbare data. Het is ook positief om te merken dat er een vergrootglas wordt gelegd op de verantwoordelijkheid van Google, geen neutrale organisatie immers. De vraag is alleen of de toekenning van een volledige verantwoordelijkheid binnen de context van de privacyrichtlijn terecht is.

A right to be forgotten?
Verder lijkt het Hof te suggereren dat er zoiets is als een right to be forgotten. In het verleden volgden we het recht om vergeten te worden al met gemengde gevoelens. Dat was met name rond de uitwerking. De reikwijdte zou nooit te groot mogen zijn bijvoorbeeld.

Soortgelijke bepalingen bestaan in nationale wetgevingen. In sommige landenvervalt na verloop van tijd een veroordeling als publieke informatie, met het idee dat mensen een tweede kans kunnen krijgen. Dat zou je als positief kunnen aanmerken. In de tijd van Big Data is de kans groot dat steeds meer details over ons intieme leven beschikbaar worden en het is interessant om nieuwe mogelijkheden te verkennen die ons beschermen tegen die onbalans.

Normaal gesproken is het natuurlijk als uitgangspunt beter dat je naar het bronmateriaal stapt en dat de mogelijkheden om daar je persoonlijke gegevens te beschermen worden versterkt. In dit geval zegt het Hof dat ook de zoekmachine mag worden aangesproken op publiek beschikbare gegevens, onder bepaalde strenge voorwaarden. Bovendien slaat dit recht alleen maar op zoeken naar die naam. Dus zoeken naar inbeslagnames in kranten leveren nog wel dit resultaat op. Deze verwijdering moet dan wel worden afgewogen tegen het recht op informatie voor ander EU burgers.

Negatief
Opvallend is echter dat het Hof die communicatievrijheid niet echt benoemd. Er wordt geen artikel genoemd en ook niet gespecificeerd hoe een afweging moet worden gemaakt. Hier ligt ook het grote probleem met de uitspraak: deze mogelijkheid wringt met vrije communicatie op het internet. Terecht voeren veel mensen aan dat dit ruikt naar censuur en het herschrijven van de geschiedenis: het biedt een extra mogelijkheid om (naast de bestaande mogelijkheden als auteursrecht) zoekresultaten te verwijderen.

Er zijn weliswaar eisen: als de gegevens die zijn verzameld voor het bereiken van een bepaald doel inmiddels ontoereikend zijn, niet ter zake meer doen of bovenmatig zijn verzameld bijvoorbeeld. Maar die eisen blijven vaag.

Praktische bezwaren
Dit arrest roept dan ook weer vragen op. De vraag is welk probleem hier wordt opgelost. Het is vrij logisch dat alle informatie makkelijker beschikbaar is via zoekmachines. Daar zijn ze voor! Een andere rechter suggereerde ooit dat je gewoon niet bestaat als je niet op Google te vinden bent. Daarnaast is het een buitengewoon gecompliceerde kwestie die vraagt om een uiterst zorgvuldige afweging tussen twee fundamentele mensenrechten en de vraag is nu hoe dat gaat gebeuren. Het Hof stelt dat burgers bij de zoekmachine kunnen aankloppen en als dat niet werkt bij de privacy autoriteit of de rechter. In de eerste plaats is Google niet de meest aangewezen persoon om in een rechtstaat constitutionele kwesties op te lossen. De vraag is vervolgens op welke schaal dit gaat gebeuren en zelfs in hoeverre een rechter of CBP deze afweging zorgvuldig kunnen maken.

En in hoeverre is het te voorspellen of informatie nog potentieel relevant is? Wie weet wordt de Spanjaard durfkapitalist en is het van belang om te weten dat hij ooit schulden had. Aan de andere kant: heeft deze man nooit meer recht op een lening? En de verzoeken tot verwijdering slaan tot dusver alleen op Google. Dus de man is nog wel op Bing te vinden?

Conclusie
Wij juichen toe dat het Hof iets probeert tegen de steeds grotere berg informatie die over burgers beschikbaar is. We zijn ook blij met het oordeel dat ook Google zich aan de Europese privacyregels moet houden.

We vragen ons alleen sterk af of dit de manier is. Deze mogelijkheid mag echter op geen enkele wijze leiden tot censuur. Ook verdient het een nadere uitwerking. We zullen deze ontwikkeling dan ook nauwlettend in de gaten houden.

Barbra Streisand?
Tot slot is het enigszins ironisch dat heel Europa nu weet dat de man schulden had. Aan de andere kant is dit wel een man die voor altijd de privacy context van de EU heeft veranderd.


Floris Kreiken is onderzoeker bij Bits of Freedom.

Dit artikel verscheen op 16 mei 2014 op de blog van Bits of Freedom en is met toestemming van de auteur op ISP Today gepubliceerd.