Gaan we IPv4 verhandelen, vertalen of toch overstappen op IPv6?

Nu de IPv4 ook op is in Noord-Amerika, gaan we IPv4 verhandelen, vertalen of toch overstappen op IPv6?

Ook ARIN, de instantie die in Noord-Amerika IP-adressen uitdeelt, is door z’n normale voorraad IPv4-adressen heen. IP-adressen worden uitgedeeld door vijf regionale internetregistreerders (RIRs), waarvan APNIC, wat Azië bedient, drie jaar geleden als eerste door z’n voorraad IPv4-adressen heen was. Het Europese RIPE NCC volgde anderhalf jaar geleden, en vorige week was het de beurt aan het Noord-Amerikaanse ARIN. LACNIC (Latijns Amerika en de Cariben) volgt naar verwachting over een maand. Dan blijft over het Afrikaanse AfriNIC, dat nog bijna 50 miljoen IPv4-adressen in voorraad heeft, die met 5 tot 10 miljoen per jaar uitgegeven worden.

Betekent dit dat degenen die een bedrijf runnen dat afhankelijk is van een regelmatige toevoer van nieuwe IP-adressen nu maar naar Afrika moeten verhuizen? Hopelijk niet.

De Internet Engineering Task Force zag dit alles twintig jaar geleden al aankomen—en dat mag ook wel, zij waren het die TCP/IP met een magere 32-bit adresruimte opgezadeld hebben, waarmee maar maximaal 4 miljard IPv4-adressen mogelijk zijn. Maar IPv6 lost dat op door de adreslengte te vergroten naar 128 bits, wat een nagenoeg oneindig aantal adressen geeft.

Als iemand die al ruim tien jaar bezig is met IPv6 had ik graag gezien dat de internetgemeenschap op de nieuwe versie van het IP-protocol was overgestapt voordat de IPv4-adressen opraakten. Het dak repareren als de zon schijnt dus. Maar net als politici die bezuinigingen alleen kunnen verkopen in een recessie zijn er maar weinig bedrijven die genegen zijn geld uit te geven aan nieuwe technologieën voordat het absoluut niet anders kan.

En met het opraken van de IPv4-adressen kan het absoluut niet anders, zou je denken. Maar nadat dit in Azië als eerste gebeurde bereikte ons uit het oosten eigenlijk alleen maar een oorverdovende stilte. Ook in de meeste Europese landen is er niet echt veel gebeurd op IPv6-gebied na het opraken van de IPv4 bij het RIPE NCC. Een aantal landen laten inmiddels wel een aanzienlijke IPv6-adoptie zien, maar het is bepaald niet zo dat IPv6 opgepakt wordt op plaatsen waar IPv4 schaars is: Azië is nog net geen hekkesluiter met minder dan een procent IPv6 in de meeste landen volgens Google na niet minder dan drie IPv4-loze jaren. Aan de andere kant zijn de IPv4-adressen in Noord-Amerika nog geen twee weken op en beschikt de VS over bijna de helft van alle uitgegeven IPv4-adressen, maar toch is de VS met 7% IPv6-gebruik vierde in de wereld, na België, Zwitserland en Duitsland.

Helaas kan een systeem dat alleen het IPv6 gebruikt niet direct communiceren met een systeem dat alleen IPv4 draait. Dus mensen alleen IPv6 geven betekent dat ze niet kunnen praten met de 97% van de internetgebruikers en de 90% van de top-500 websites die nog niet over het nieuwe protocol beschikken.

Maar ga nog niet gelijk op zoek naar een etage in Nairobi of Casablanca: het is ook mogelijk om IPv4-adressen te verhandelen. De grote vraag is echter: in hoeverre lost dat het gebrek aan IPv4-adressen op? We weten dat Microsoft en Amazon grote aantallen IPv4-adressen gekocht hebben, en er zijn ook grotere aantallen kleinere blokken van eigenaar gewisseld. De gemiddelde prijs lijkt zo’n $10 of € 10 te zijn, maar de verwachting is dat dit gaat stijgen naar $30.

Microsoft en Amazon opereren “cloud”-diensten waarbij grote aantallen virtuele machines een IP-adres nodig hebben, en daar konden ze waarschijnlijk niet op de gewone manier aankomen. In Azië en Australië zijn ook kleinere en middelgrote IPv4-blokken van eigenaar gewisseld. $2560 voor een /24 (256 adressen), het kleinste blok waar je wat mee kan, is uiteraard niet echt een probleem voor content-leveranciers.

Dat ligt wel wat anders voor de grote ISPs en telecombedrijven die IP-adressen met honderdduizenden of miljoenen gebruiken. De grote vraag is of zij ook bereid zijn om een tientje of meer per IPv4-adres te betalen. Kabelbedrijf Comcast in de VS heeft een blok van 12 miljoen IPv4-adressen, die misschien een paar cent per stuk kostten in het verleden. Stel je voor dat ze zometeen $30 miljoen moeten betalen voor het volgende blok van een miljoen. Erger nog, het jaar daarna kan het wel eens $60 per adres zijn, en dan $120 enzovoort. Zulke bedragen slaan een flinke bres in de winstmarge. (En dan heb ik het nog nieteens over de tijd en moeite die het kost om steeds kleinere blokken van steeds meer verschillende aanbieders van adressen aan te schaffen.)

In plaats van $30.000.000 betalen voor een miljoen IPv4-adressen kan een ISP waarschijnlijk voor een aanzienlijk lager bedrag Carrier Grade NAT (CGN) apparatuur aanschaffen waarmee het mogelijk is om meerdere gebruikers één IPv4-adres te laten delen. Dan hebben ze nog steeds iets van 100.000 IPv4-adressen nodig om een miljoen nieuwe klanten aan te sluiten, maar die adressen kunnen ze weghalen bij bestaande gebruikers en die dan ook achter de CGN plaatsen.

Ondertussen rollen meer en meer ISPs IPv6 uit voor hun gebruikers. Op dit moment is alleen IPv6-connectiviteit niet voldoende om “gewone” IPv4-connectiviteit te vervangen, maar die dag komt gestaag dichterbij. Op dit moment is voor mij een uur of twee alleen IPv6 niet al te problematisch. Ik kan dan weliswaar niet bij de meeste nieuwssites, Twitter of ISPToday, maar ik kan wel mijn email ophalen over IPv6 en Google, Facebook en Wikipedia bezoeken.

Dus mijn advies aan HP: als jullie een miljard dollar kan krijgen voor die 33 miljoen IPv4-adressen waar je over beschikt (na de inlijving van DEC), pak het geld. Als je dat niet doet krijg je er nog spijt van zodra IPv6 kritische massa bereikt en mensen zich af gaan vragen waarom ze nog moeite doen een protocol uit de jaren ’80 in de lucht te houden. Aan de andere kant, ik ben geen econoom, maar het lijkt me toch dat het op de markt verschijnen van miljoenen IPv4-adressen de prijs zal drukken.

Resumerend: kleine hoeveelheden IPv4-adresruimte zullen altijd wel beschikbaar zijn in enige vorm. Maar erop vertrouwen dat je op enig moment in de toekomst miljoenen adressen goedkoop kan kopen of duur kan verkopen is een riskante aanname.


Iljitsch van Beijnum is consultant en schrijver en schrijft op zijn blog over computernetwerken.

Dit artikel is vertaald vanuit het Engels en verscheen op 28 april op de blog van Van Beijnum.