Netneutraliteit in de praktijk: tijd voor onderhoud

Ziggo’s directeur Rene Obermann presenteerde onlangs het voornemen om aan Netflix geld te gaan vragen. De achtergrond is Ziggo’s plan om voor diensten als Netflix of Youtube, maar ook voor medische voorzieningen of alarmdiensten techniek in te richten die de kwaliteit van dat type diensten kan garanderen. Die aankondiging leverde een stroom aan reacties op, met name van critici die in de aankondiging een bedreiging zien van de netneutraliteit.

Dat er kritisch wordt gekeken naar aankondigingen als deze is begrijpelijk. Want netneutraliteit is een groot goed. De roep om netneutraliteit is ontstaan toen KPN het voornemen had om Whatsapp te gaan benadelen ten gunste van het eigen SMS-verkeer. Dat vond men onacceptabel. Een Service Provider mag in zijn rol van aanbieder van internet access geen misbruik maken van zijn mogelijkheden. Netneutraliteit staat inmiddels ook voor vrijheid van meningsuiting en wordt daarom breed verdedigd als een grondrecht, een icoon van echte democratie. Het biedt de zekerheid dat overheden en de netwerk transporteurs zich niet zullen bemoeien met wat we op het internet wel en niet mogen doen en zien. Netneutraliteit is wereldwijd in slechts twee landen in de wet verankerd: in Nederland en in Chili. In veel andere landen worden de principes wel in convenanten gehanteerd.

Netneutraliteit heeft ook een economische waarde gekregen. Het feit dat Nederland de netneutraliteit in de wet verankerde een van redenen dat Nederland wordt gezien als een aantrekkelijke vestigingsplaats voor datacenters. Immers, de in de datacentra gehoste applicaties lopen zo niet het risico op blokkades of filters van de overheid, of benadeling door een netwerkaanbieder.

De tegenstanders van het Ziggo-voorstel wijzen erop dat het maken van enig onderscheid in protocollen en diensten eenvoudigweg verboden is en de netneutraliteit aantast. Dat is een te principiële uitleg. Er is wel degelijk ruimte voor nuance. Toen de wet werd aangenomen heeft het ECP (Platform voor InformatieSamenleving) een sessie georganiseerd, waarin de betrokken partijen en de overheid afspraken hebben gemaakt over de interpretatie en reikwijdte van netneutraliteit. Netwerkaanbieders hebben in beginsel het recht om het eigen netwerk te dimensioneren en zodanige maatregelen te nemen dat het bruikbaar blijft voor alle gebruikers. Het inperken van wildgroei is toegestaan. Ze mogen eigen diensten alleen bevoordelen als dit niet ten koste gaat van diensten van derden. Dit houdt ook in dat de pricing overeen moet komen.

Voorstanders van het plan van Ziggo wijzen op dat convenant, dat Ziggo dus de ruimte geeft om technische aanpassingen te maken om een goede beschikbaarheid van Netflix, zonder haperen, te kunnen garanderen. Zulke QoS of traffic shaping maatregelen kosten geld, en iemand moet dat betalen. Waarom zouden de abonnees die geen Netflix gebruiken daaraan moeten meebetalen?

De Ziggo-case staat niet alleen. Er zijn meer gevallen waarbij discussie is ontstaan over de vraag of netneutraliteit wordt bedreigd. De eerste discussie nadat de wet was aangenomen betrof de vraag of het Family filter van Solcon in strijd zou zijn met netneutraliteit. De conclusie was dat dat niet het geval is als er sprake is van een opt-in. Iets dergelijks geldt voor Spam filtering, de abonnee moet dat uit kunnen zetten. Maar er is nog een aantal onopgeloste kwesties. Hoe zit het als een ISP een mailbomb blokkeert? En hoe zit het met het blokkeren van outbound verkeer met spoofed source adressen, zoals veroorzaakt door botnets? En mogen ISP’s outbound SMTP verkeer dat direct afkomstig is van abonnees blokkeren? Is het voorrang geven aan spraak ten opzichte van ander dataverkeer voor VOIP-aanbieders een overtreding? Mag DDoS preventie eigenlijk wel, want dan filter je ook verkeer? En zo zijn er nog een paar.

Om deze en toekomstige kwesties op te kunnen lossen is het naar mijn mening nodig om het thema netneutraliteit opnieuw te agenderen en de afspraken aan te passen aan verworven ervaring en voortschrijdend inzicht.

Ten eerste is het nodig en handig om de definities aan te passen aan de recente notitie van Minister Kamp over de ontwikkelingen in de telecommunicatie sector. De generieke term ‘Provider’ is veel te ruim. Want met de snelle ontwikkelingen van de cloud- en as-a-service wereld vallen steeds meer partijen onder die generieke definitie. Netneutraliteit is bedoeld voor partijen in hun rol als aanbieder van netwerkdiensten. We moeten daarom, net als in de genoemde notitie, onderscheid maken tussen de faciliterende techniek: de digitale infrastructuur, en de daarover geleverde diensten en content.

Ten tweede kunnen we de invulling van netneutraliteit aanscherpen voor de betreffende partijen in hun rol als transporteur van IP-verkeer, respectievelijk hun rol als aanbieder van contentdiensten. Infrastructuur gaat over technologie, die in beginsel agnostic is ten aanzien van de content. Technologische maatregelen moeten dus generiek zijn. Ze moeten zich richten op het verbeteren van de dienstverlening en het bieden van garanties en het tegengaan van misbruik en onrechtmatigheid. Als voorzet: aanpassen, filteren en blokkeren mag dus, als er een direct, evident en gemotiveerde reden is om technisch detecteerbaar misbruik, of verkeer dat beschikbaarheid verstoort, te weren. Misschien kan een jurist dat nog wat mooier opschrijven dan ik?

Voor de eigen content die eventueel ook door de betrokken partijen wordt geleverd staan de destijds bij het ECP gemaakte afspraken nog recht overeind. Voor zulke aanbieders moet je dus kijken naar het effect van de infrastructurele maatregelen op de eigen contentdiensten. Biedt de access een level playing field voor de eigen diensten en die van derden?

Met die zienswijze gaan we terug naar de praktijk. Allereerst naar de genoemde maatregelen. DDoS preventie mag dus, evenals het blokkeren van spoofed source adressen en outbound direct SMTP. Immers, de abonnee kan ook via de mailserver van de provider mailen, en heeft dus geen nadeel van de maatregel. Idem voor spoofed source adressen: de provider mag zich beschermen tegen verkeer dat zijn netwerk zou kunnen markeren als een bron van botnets. Shaping voor spraak mag, zolang bijv. Skype verkeer niet wordt benadeeld.

En de Ziggo-case? Ziggo levert zowel de access als diensten, eigen videodiensten en diensten van derden. In de rol van acces provider mag Ziggo volgens de bijgestelde definities geld vragen aan haar abonnees, of aan de derde partij die de dienst levert, voor de verbetering van een specifiek protocol. Zolang die verbetering niet resulteert in een verslechtering van de vergelijkbare diensten. In haar rol van Content provider mag Ziggo zelfs de eigen video dienst bevoordelen, zolang, ook hier, de Netflix doorgifte daar maar niet slechter van wordt.

Om toekomstige discussies te voorkomen stel ik voor om de kwestie netneutraliteit opnieuw te agenderen, en, om het allemaal werkbaar te houden, het convenant bij te stellen met behulp van de notitie van het MinEZ. Het risico is anders dat de rechter er aan te pas gaat komen. In de VS is dat al het geval. De analyse van verschillende cases in de US is dat netneutraliteit als geheel kan sneuvelen. Die zorg deel ik. Iets minder diplomatiek gezegd: Netneutraliteit is te belangrijk om de oordelen erover aan de rechter over te laten. Als we te principieel blijven in praktische kwesties dan lopen we het risico het kind met het badwater weg te gooien.

Aan het werk dus om de netneutraliteit te beschermen en toekomstvast te houden!


Michiel Steltman is directeur van DHPA en als adviseur werkzaam binnen de cloud- en hostingsector.

Dit artikel verscheen op 25 maart 2014 op de blog van Steltman en is met toestemming van de auteur op ISP Today gepubliceerd.