Vijf juridische mythes die nu echt eens naar de prullenbak moeten

Met enige regelmaat wind ik me op over juridische mythes en verhalen die ik her en der tegenkom op internet. Vandaag eens een poging er een paar te weerleggen.

Nederlands recht geldt niet vanwege je domeinnaamextensie
Zo simpel ligt het niet. Een website valt onder Nederlands recht wanneer de site zich richt op Nederland. Dat is een afweging gebaseerd op een optelling van factoren. De extensie kán een factor zijn, maar weegt niet zwaar: niemand kan serieus ook maar één seconde beweren dat Bol.com niet onder Nederlands recht zou vallen met haar boekwinkel.

Hetzelfde wordt wel beweerd op basis van de locatie waar de servers staan. Het criterium blijft echter hetzelfde voor de wet. Richt je site zich op Nederland, dan val je onder Nederlands recht. Je bent nu echter óók onderworpen aan het recht van het land waar je server staat.

Je bent niet aansprakelijk voor auteursrechten zolang je maar meteen ingrijpt na klachten
Deze mythe heeft een kern van waarheid: een tussenpersoon die een klacht krijgt over auteursrechtschendingen door een van zijn gebruikers, ontloopt financiële aansprakelijkheid als hij direct ingrijpt. Maar wie zelf iets publiceert, is geen tussenpersoon. Het is al discutabel of een forumeigenaar een ‘tussenpersoon’ is.

Hoofdregel uit de auteurswet is dat wie rechten schendt, de schade moet vergoeden. Ook als hij dat zonder commercieel oogmerk deed. Ook als hij niet wist wie de rechthebbende was. Ook als de rechthebbende niet eerst eist dat de foto of tekst wordt verwijderd. Ook als het origineel zonder watermerk online staat. Ook als de naam van de rechthebbende er niet bij stond of er geen “Alle rechten voorbehouden” bij staat. Ook als.. nou ja, u snapt het punt.

EULA’s zijn niet rechtsgeldig 
Een EULA is een overeenkomst voor (eind-)gebruikers van software of internetdiensten. Daar is juridisch weinig spannends aan, dus in beginsel is dat gewoon rechtsgeldig. Natuurlijk moeten die voorwaarden wel tijdig zijn gemeld aan de gebruiker (voor of bij het sluiten van de overeenkomst) en wel zodanig dat de gebruiker deze kan opslaan of printen. Inhoudelijk mogen de voorwaarden niet onredelijk bezwarend zijn, maar zeggen dat daarom categorisch álle EULA’s niet rechtsgeldig zijn, gaat te snel.

Deze mythe komt denk ik voort uit juridische analyses waarbij een EULA niet te lezen was tot na aankoop (de shrinkwrap- of krimpfolielicentie); dat is natuurlijk niet rechtsgeldig. En er is in het Amerikaans recht de constructie van het contract of adhesion, waarmee een opgedrongen contract eerder aanvechtbaar is. Die constructie bestaat bij ons niet.

Akkoord vragen op privacyverklaringen
Nee. Houd daarmee op. Een privacyverklaring legt uit wat je doet en waarom, maar kan geen basis zijn óm iets te mogen doen. Je moet toestemming hebben (en die kun je niet opeisen in een privacyverklaring of algemene voorwaarden), of je moet je kunnen beroepen op “uitvoering van de overeenkomst” of een eigen dringende noodzaak. En in die beide gevallen is toestemming vragen overbodig.

E-maildisclaimers
Onzin. Echt onzin.

Weten jullie er nog meer?


Arnoud Engelfriet is partner bij ICTRecht sinds juni 2008. Hij is gespecialiseerd in internetrecht waar hij zich al sinds 1993 mee bezighoudt. Met zijn informatica-achtergrond richt hij zich graag op complexe technisch/juridisch ICT-vraagstukken en softwarelicenties (met name open source). Zijn website Ius mentis is één van de populairste van Nederland over ICT en recht.

Dit artikel verscheen op 14 april 2014 op de blog van Arnoud en is met toestemming van de auteur op ISP Today gepubliceerd.